Skip to content

7 september 2016

1

Den Haag – Amsterdam

Door marja wouters

Een harde boer knalt door de coupé,
een worstenbroodje wisselt van plek,
uit grote knuist in flinke bek.

Ik schud zijn kruimels uit mijn schoot,
de trein is nog niet halverwege,
hier kan ik niet lang tegen, ik kijk

voorzichtig op naar brede man,
een snor onder twee bruine ogen.
Zal ik vragen of het lekker smaakt.

Ik aarzel, zijn wangen malen heftig,
hier kan ik niet lang tegen, ik zoek
een lege plek, de trein is volgestampt.

We passeren Laan van NOI, ik moet naar CS.
Een tweede worstenbroodje wisselt van plaats,
nog even en ik word helemaal gek.

Ik durf het aan en vraag hem zacht
of hij alstublieft niet zo wil smakken,
en zie een glimlach verschijnen.

Dit geeft moed en ik zet door,
wat is er lekker aan die broodjes,
ik eet ze niet, bah, brrr. Man valt stil.

Trein nadert Leiden en snor trilt. Scheef wakker
houdt hij mij zijn volle zak voor, of ik er een wil.
Ik ben wanhopig, nog steeds geen vrije ruimte.

Echt gek werd ik bij zijn vierde w-broodje,
Station Schiphol, mijn hart piept uit het open raam,
verre vlucht. Een enkeltje. Ik kon er niet meer tegen.

Ik dacht dat ik de trein nam, ik dacht,
ik ben op reis. Was eventjes vergeten,
ik ben mijn eigen thuis.

1 reactie
  1. Anoniem
    Sep 7 2016

    Zo beeldend geschreven en de situatie is weer zo herkenbaar. Hahaha, ja, een van de grote ergernissen. Voortreffelijk verwoord, vind ik.

    Like

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: