Skip to content

Recent Articles

30
aug

I’m gonna live a little, I’m gonna die a little

Eerlijk, zegt hij, zeg ‘s eerlijk.
Ze weet niet. Waar. Zij,
eerlijk, iets.
Ze doet alsof,
in plaats van kwijt.

Zeg eerlijk, hij,
vind je mij, tel ik nog mee, of. Zij
blijft ongeschikt, geschikt bevonden.

Liefde ! : schijnt het woord te zijn
waarmee je kunt bezweren.
Waarin een ander jou kan zien.
Zelf voelt ze niet zoveel, zoveel is waar.
Hun vensters breken. Eerlijk, echt.

De glazenmaker heeft hen lief.
Hij zingt tijdens ‘t werk
‘I’m gonna live a lot.’

IMG_2967.JPG

19
aug

In een grote vuilniszak, raak je heel veel kwijt

IMG_3404.JPG

een wasbeer ligt in bed.
een vrouw,
haar masker dekt de ogen af.
zij wacht:

‘Deze uren wil ik, stiekem
zacht. In de zomer,
avond, nacht.’

een tuinmuis kruipt naar binnen.
een man,
zijn streken aaien tegendraads.
hij lacht:

‘Deze uren waren jou, katerig
gepakt. Het midden ging voorbij,
nu is het avond, bijna nacht.’

een buurman kan zijn huis niet uit.
de straat ligt open, veel geluid.
wie weet nog hoe de buurvrouw heet, avond?
het is nacht:

‘Alle jaren, zij, hij. Delende minuten
regen zich aaneen. Twee levens,
misschien hebben ze vaak, net iets te lang gedacht.’

22
jul

Dit is een mens

Al dat daarom, is geen reden,
toen het dak viel, naar beneden.
Al dat dus, gaf mus geen vleugels,
toen de mensen, mensen bleken.

Primo Levi schreef hierover, in zijn boek
‘Is dit een mens’.
Vanaf pubertijd tot heden
leerde ik niet meer dan dit:

Alle gruwel, alle liefde, alles wat je niet bevat,
alles zal, zal blijven, leven.
Voor begrijpen, al het even,
leeft de mensheid nog te kort.

18
jul

stil

elke nacht gaat hij op jacht. zijn kleine lijf verandert in een tank, gezien vanuit de pad op wie hij jaagt. denkt pad, hierom heb ik toch niet gevraagd?

zo tegen 5-en mengen vogels, tot nog toe overleven allen deze strijd.

4 kinderen voetballen, een strand, granaten, leegte daalt.

1 vliegtuig wijkt wat af, er was iets met een storm, op dat moment ook oorlog op de grond, van wie met wie doet er niet toe. wat blijft, 100-en weggevaagd.

mijn hart mijn hoofd zal nooit begrijpen. doen mensen er nog toe of hebben we dit nooit gedaan?

de kleine tank vraagt om zijn brokjes, de pad keert naar zijn hol, de meeuw vliegt rondjes om een worm, hun dag lijkt veilig te beginnen.

ik ben verdrietig en zo stil. wie doet er toe, wanneer, niet meer.

16
jul

licht

20140716-151856-55136889.jpg

leven als
ipv denken

dat dure denken, dat
wij meer doen met de dagen, onzin !

voelde ik goed, dacht ik aan eeuwig
voelde ik slecht, verdwenen, weg de goeie tel

het weerbericht werkt meer nauwkeurig
terwijl ik tiepte aan prognose, precies, alweer van slag

weten was net aan de beurt, vergeten drong zich snel vooraan
ik ben, graag zonder alle buien

geef mij een bot of neem het af
ik leef als hond, wafwaf

11
jul

achter de ,

20140711-164336-60216699.jpg

toch niet
dan wel
of beter
niet meer

de komma’s springen op en neer
maar dan

vergeet ze wie ze wilde zijn vergeet de lijstjes en de wensen en
zonder aarzeling geeft zij
vandaag een vette plus

11
jul

uit een tijd zonder weten

20140711-135509-50109752.jpg

later klinkt niet meer gewoon
‘zie je straks, we spreken later’
(nog wat x-en, nooit begrepen,
stomme ixen dacht ik dan)

net te laat, te weinig aandacht
bij het oversteken van, was je
elders, bij je werk, aan het eten of in nix,
waan van veilig voor de dagelijkse brij?

dikke pech, zegt iemand mij, ik haal uit
alleen in denken (wil diegeen tot groezels slaan)
mis je xx-en en ons later,
weten, blijft bij mij

24
jun

zoveel leven mocht ik zijn

20140624-091320-33200603.jpg

op de banen naast mijn spoor
schieten korenbloemen en papavers,
kleuren vloeien snel ineen,
achter mij ligt heel veel toekomst.

ik groei vleugels, stralend, dwalend
laat mijn menszijn langzaam los.
laat de wereld rondjes draaien, ik
kies niet, voelt heel gezond.

ik zie een vlinder, of
ben haar, dwarrel, speel met sprieten,
kleine ogen kijken bloemen, of
was dit eerder en mag ik nu mezelf vergeten.

ik heb veel toekomst, achter mij.

8
jun

Na de zomer

20140608-153742-56262868.jpg

De stille dagen, zijn wat lastig.
De buitenwereld viert, festivals als paddestoelen.
Felle zon steekt door de buurt, bbq’s gaan af en aan.

Mijn alfabet begint niet meer
bij letter a. Mijn levenskracht is weggezakt, ik zucht
bij letter z. Zzzzzzz, zoemmmmm, wat kan ik langzaam aan gaan doen?

Ik stel me voor, een wolkenhemel,
snippers conversatie, drijven, botsen, schimmen heen
en weer gebeurt:

‘With ev’ry breath I take, ev’ry move I make’
een nieuwe leugen kotst omhoog.
Ik wilde dat ik waarheid sprak.

Het begon. Onschuldig. Ik was. Niet niet
nietwetend, dat had je niet,
niet mogen. Regels bleken. Anders. Ik stond erbij, ik keek

ik voelde, dom. Tenminste, toen ik eenmaal praten kon.
Daarvoor at, sliep, ik, veilig en tevree. Tenminste, dat is mij verteld,
zelf weten doe ik weinig meer. Onschuldig. Dom. En aardig, ver voorbij

de grenzen, die men. Moet. Stellen strepen schrijven spreken.
Nietwetend in onzekerheid, daar raakte ik mijn weg
steeds kwijt. Of is de weg gebleven en raakte ik zelf kwijt?

Onschuldig was hoe het begon. Mocht ik opnieuw bij a beginnen,
niets zou ik anders doen. Ik zou niet weten, wellicht toch bij de h?
Ik hoopte aardig. Beetje dom.

30
mei

Gelukt, alweer !

20140530-120943-43783577.jpg

Ook vandaag,
een nietsvermoedende overvallen
met info waar zij niks mee kon en zeker weten
niet op stond te wachten.

‘Wat een mooie uienbollen’ de tuinierende vrouw
kijkt op en lacht, ik voel een kans.
‘Oh, maar die zijn van mijn moeder hoor,
91 is zij, tuiniert nog elke dag.’

Beet ! ‘Zooo, dat is mooi, u heeft uw moeder nog,
mijn moeder, zij is dood’
ik reutel wat meer woorden,
voel opluchting, het is eruit, voel

Bingo ! Alweer een medemens erbij, zij weet nu
dat is niet gewoon, je moeder die nog jaren leeft
en zelfs tuiniert of tramt, reist, ademt.
Ik snap, daaraan raak je gewend.

Zo leef ik bijna elke dag,
zoekend naar een oor en
telkens vind ik een vreemd mens,
steeds weer vertel ik ongevraagd,

mijn moeder zij is dood.
BingoBeet ! Mijn hart juicht kort, een medemens erbij,
zij weet nu, dat is niet gewoon, je moeder die nog jaren leeft.
Ik snap het wel, daaraan raak je gewend.

Note: ‘Verstrengeling is misschien wel het vreemdste en meest intrigerende gevolg van de wetten van de kwantummechanica. Als twee deeltjes verstrengeld zijn, smelten hun identiteiten samen. De verstrengelde deeltjes gedragen zich als één, ook als ze ver van elkaar verwijderd zijn.’

24
mei

Always/Altijd

‘Anything u want, u got it.
Anything u need, u got it.
Anything at allllll, u got it.
Beeeeebie. U got it.’

Even zoeft het asfalt weer
Warmte in jouw ogen
Totale overgave
Kilometersliefde lijken
Levenslang te mogen

Roy Orbison vond ik wat eng
Gezicht zonder de ogen
Meeslepend is de melodie
Bijna ga ik zien
Geloven

Alles wat je wilt
Alles wat je nodig hebt
Kind
Alles wat ik ben
U got it

Teveel/Too much
So many songs
Onhaalbaar
Ik schoot meters mis
In alles wat je nodig had

23
mei

Maar kind- ik heb je nodig- Je weet toch dat ik mis

20131124-060022.jpg

Maar kind, ik heb je nodig. Je weet toch dat ik mis.
Maar mama, je begrijpt toch. Stil kauw ik op de rest,
ze weet niet van de wereld meer, van werk, van mensen, van wat moet.

Het enige, de enige, het alles wat voor haar toe doet,
ben ik, is zij. Wanneer verschoof die drempel,
wanneer was zij. De moeder, ik het kind.

Het lijkt een eeuw geleden
dat ik hier nog een moeder vind.

Maar mama, je begrijpt toch. Maar kind, ik gaf mijn alles
en nu ben ik jouw rest. In wanhoop staart ze groot, de kloof te hoog.
Van wisseling geen sprake, ze is nu bijna dood. Maar mama.

Maar kind. Waar ben jij er, voor mij. Ik heb je zo hard nodig ik hoor hier niet ik
weet niet hoe te sterven ik weet niet hoe te zijn,
help jij mij nu. Herinner je het oversteken, samen, ik keek rechts en links voor jou.

Geef jij mij nu jouw handje,
dan mag ik even minder.

Maar mama, je begrijpt toch.
Maar kind, het dondert me geen moer. Al dat begrijpen,
mij te vluchtig. Het leven draait een laatste loer.

Het lijkt een eeuw
dat ik hier moeder.

10
mei

Bij de slakken ligt mijn huis

Omkomen in dalen,
krabbelen aan statistiek.
Muren knallen. Wijken doet de ander niet.

Niets meer te bespreken, taligheid verloor.
Onzeker richting eigen spoor, met een Magnum, ijs voor straks,
toe. Toe maar, voor het eigen lijf.

Weg, eersteklas mag best, bij voorkeur
Orient Express, schemerlampjes doen geen zeer. Sporen in verband,
schoppen in het landschap laten, achteruit bekijken.

Deed het er uiteindelijk toe?
Grenzen overstekend denk ik,
dunne lijnen die we maken.

Dendert fijn, zonder zijn,
een geval van alles was.
Ik kon niet meer bang.

6
mei

10 uur 40, niet meer bang

Vaak denk je in vooruit verheugen. Veel voel je in herinnering. Momenten, dagen. Vol geluk.

20140506-072912.jpg

Verder, later, vager. Mensen, verder weg. Zij lijken goed te slagen in, stabiel, gedegen, elke dag opnieuw, levend te herhalen. Draden, hier, zij gingen. Op. Geknipt, verloren, weggegaan, verrot. Geen bol meer te bekennen. Hoe kan een mens hier nieuw aan wennen of opnieuw aan garenspinnen gaan beginnen. Wat valt er nog te winnen. Weg, zoeft spin die langs de rand in bed beland. Weg, zingt blauwe vogel op de kruin van kale boom.

Vrijheid van gevangen in. Als je binnenwereld niet naar buiten. Als die ruimte, wat een afstand, niet weer valt te overbruggen. Wat dan blijft, een levend lijk. Levend lijken leeft niet best. Tijdens strik je vast en het meeste waaruit blijkt, is je adem. Adem die zich uit je hijgt. Korte tranen uit je barst. Als een walnoot, krak. Waterdruppels droppen uit de gaten van je ogen en je hart maakt krampen, naar het eerder en zo vaak. Steeds opnieuw van slecht tot slechts.

Vechten. Krabbel. Klauter, alle macht. Millimeter stappen, lichaam hoofd weer samen plakken. Duwen. Schelden. Vloeken op jezelf en zo’n spijt, zo’n grote spijt om je onmacht die verkracht en je laat. Telkens weer houdt ergens op. Aan zo’n strijd, gaan mensen, op een keer. Een aller laatste. Uit. Eindelijk. Kapot.

Vinden ze je in je bed, glas half water op je nachtkast met daarnaast een lege doos. Etiket zegt zorgeloos, rust en vrede, driemaal daags.

Vooruit, verheugen. Morgen. Waar wolken waaien, net zo fraai. Waar jij weg. Vooruit verheugen. Laat herinneringen gaan.

4
mei

ergens ben je

20140504-143534.jpg

nog
hangt het licht aan roze
takken, lijnen, bloesem bolt,
laat vandaag weer voller lijken,
ja, ‘t voelt gezond, beter nog dan gisteren.

nog
mogen dagen plagen, naar
een boom waar zoveel hangt,
mens, echt niet gewoon,
‘n moment dat z’n eindigheid niet kent !

toch
kruipt in wortel twijfel,
zorgen, hoe moet verder,
morgen, wie mag daar in mee,
angstig, morgen.

nog goed genieten, laat je
lachen in je ogenblik,
laat frisse lucht je vangen,
bloos, voorjaar: klaver van geluk.

toch zie je al aan randen, krullen
van verval, veel niet langer,
bijna zomer, klik-klak-klam
belt de klok in voorjaarsbloeiers, weg is weer ‘n tel.

toch peur ik uit de tel momenten, telkens
vol besef dat elk af gevallen blaadje, eeuwig, leven is.
nog voor aanvang van ‘n zomer, ergens in de lente
lucht, je verdwijnt, bent, was, steeds voor even.

28
apr

van liefde hou ik

20140428-192740.jpg

liefde kent geen ongelijk en geen gelijk
kan tegen liefde op, zij is
per keer niet meer of minder.

zij doet niet aan verliezen, erkent geen eigen
geen belang, zij laat zich nergens plaatsen
zit niet in hokjes, is niet bang.

jaja, zo ruim valt er te denken
tot je aangevlogen wordt door behoefte om te voelen
jij bent degeen die voor een ander er heel veel toe doet.

de vluchtigheid van wolken, zonet nog
naast de zon maar in een knipper met je ogen
verliep het blauw, van liefde hou ik nu voor even niet.

image by Banksy

3
apr

konijnen, koeien, wegen

20140403-100630.jpg

haar lichaam weet nog wat het kon. haar benen naast haar oren. haar rug gestrekt en toen,
nog niet haar nek verrekt.

ze mist soms, plots, diegeen van eerder, jonger, zonder stap voor stap gedoe, gierend langs de wegen, dagdag naar koeien in de tegenregen.

waar vocht ze mee, en waarom weet ze nu
zo zeker dat heel weinig er heel veel toe doet.
‘het is’, mantra voor in tegenlicht, voor konijnen die gevangen, in hun kop, lamp, stikstand, staan te beven, stoppen met hun leven, niemand mist. haar belang was groter dan ze zag. niemand mist.

soms komt ze iemand tegen. iemand om te missen, een ander dan haar eigen kind. haar lichaam werkt dan weer als eerst. haar benen naast haar oren. haar lijf gestrekt en ja, welzeker
heeft ze nu voorgoed de nek verrekt.

23
mrt

De kleine stad werd wakker

Lief, wees eens lief.
Voor even of voor beter.

Laat voelen hoe het is
om jezelf niet te belasten
met datgene wat niet lukt.

Laat ons na bange dagen
even, niets hoeven te vragen.
Beter worden duurt best lang.

Onzeker fluisteren de muren,
voor even of voor beter, lief.

20140323-104313.jpg

13
mrt

Gelegenheid tot niemand

En vandaag vertel ik u
over een relatie

Ooit zei iemand tegen mij
jij, jij roept steeds naar de maan
wat je zoekt bestaat niet eens

Wel, ik vond na jaren
wat ik lang ontbeerde
Anders, ja dat wel

Dat niemand iemand is
vertelde de Beauvoir
Destijds een openbaring
nog steeds een aardig spel

Niemand glimlacht eerst, best warm
mijn vraag is vast te simpel
‘hoe kan jouw doorgaand blijvend zijn’
Een antwoord

kan
lachen
overmant speel ik steeds weer

opnieuw. Verukkelijk in leven
zolang ik sommige relaties mijd
Zolang ik anders blijf, zoals ik ben

Zolang ik niemand nog niet ken. Daarna
is er gelegenheid tot condoleren

7
mrt

kun jij zien als je alleen bent?

kun je kijken alsof jij
als de ander koffie zet
opmaakt of verschoont het bed

vele spiegels kent mijn hoofd en in elke
lijk ik anders, zie ik onbekende kanten
huizen nu nog onbewoond

gladde muren, grond van wol waar
plafonds wachten op jaren
waar de toekomst dag zal zijn

toch, ik kijk als mij
naar mezelf, zie niet
welke mensen willen weten, wie ik ben, wat mij verdriet en

als niemand meer iets nodig heeft
dan heb ik mij? best raar
een lege dag voelt net zoals een lege zaal

is dit het ouderdom begin, bekijk ik dommer
net als eerder, overnieuw
een rondje hondje door de tuin, klein hondje grote vrouw

en niemand die iets nodig heeft, de radio zingt vals
over lovers en believers, van die klevers
in je hoofd ‘it is easy to be free

when there’s no one
to remind you who you used to be’
kun jij zien of alleen kijken

een keer keek ik te lang om
mijn wensdag lag in scherven
nu voel ik beter aan waar tijd is, mijn ogen gaan op slot

zij kijken in en zien
niet waar, niet wie kan ik nu zijn
graag meer dan een onzichtbaar plantje, graag slingers

kamperfoelie in de tuin, maar liever nog veel meer veel
meer wil ik graag veel zijn
ik kies opnieuw een huis en ga bekijken

weet ik waarom, waarom ik doe?
zien lukt me niet
ik kan alleen toe kijken

6
mrt

We waaien weer

Paniek maakt woorden kort. Ik puf er eentje uit
als antwoord op de vragen
waarop geen komma past.

.

Af, tellen is begonnen,
ik heb geen puf meer in dit spel.

Oh, geef me alstjeblieft een uur
waarin de dag wint van de nacht.
Waarin mijn deeltjes plaatsen weten.
Voor even, leven in het licht.

Met vulpen kras ik in het zand:
het gaat niet goed vandaag.

28
feb
20140228-174947.jpg

De droom die telkens terugkwam

die telkens even zei, jij hoort niet hier, niet bij de tijd.
Tijd voelde, niet van mij. Die dagen vol met wachten.

Luister- stil.

Een ogenblik
draait zich om ons heen.
Wikkelt stukken van de zeis
kom maar kindje kom maar meis
in mijn armen mag je.

Nachtmerrie- voorbij.
Het feest is dat ik ben, vandaag
om op te vreten.

20
feb
20140220-201141.jpg

Via Mama

Via Mama

Oplossing, voor meerdere problemen, lees ik terwijl de app zich aan haar update waagt. Wiens probleem wordt niet benoemd, of welke oplossing er groeit. Quick fix voor meerdere problemen, wat is online
het leven simpelsnel, te leuk. Ik tel het op, al dat ge-leuk. Val stil tijdens gesprekken, stug tot op tanden stil waar leuk als woord verwacht wordt. Of spring er in met taal, voor anderen onvolgbaar. Leuk is een woord waarbij ik voel, het heeft geen lading om te dekken. Het is niet dat wat het wil zijn, het is zijn tegendeel. Zoiets als met vakantie, aan mij niet te besteden. In groepen ben ik weg, verveeld. Aan prietpraat doe ik zelden.

~

Vertraagd en aardiger door jaren, zet ik me soms hier over heen. Soms hoor ik mij zelfs praten in leuk, was leuk, wordt vast erg leuk. Maagzuur borrelt dan omhoog, buik begint te krampen. Mijn lichaam zorgt heel goed voor mij, mijn luisteren naar haar, is om te janken. Slappe lach schiet reddend toe, niets wat ik zeg of doe kan deze bui verstoppen. Mijn adem fluit, ik denk aan cent, zo een van vroeger niet van nu. Mijn moeder had het kort.

~

Mijn moeder was heel klein van stuk. Altijd klein, gebleven. Tot aan de late luier plus een pot. Geleefde trage billen, de boel zit flink op slot. Verdrietig kijk ik op jouw hoofd. Wij zijn ver weg, ons vinden lukt niet meer. Pas nu dringt omkering goed voor. Jouw foto’s van jouw jaren, een schoonheid, stralend, onverwoestbaar, toch. Toch niet, de pot spreekt zonder kleur, jouw troon heeft je verlaten.

~

Wolken, een luier op een troon. Mijn zicht vanuit de duinen, liggend in
de ochtendlucht. Weerzien met wat verteld werd. Vaak at ik op of nam veel mee. Vandaag keer ik mij om. Een luier in een wagen, bolronde billetjes mijn zon. Vertederd kijk ik, jij, liggend in een grote drol. Wij samen, babykind en ik. Ik groot, jij toen nog jaren niet.

~

Duwen, duiken, klemmend klein. Klein zijn is een macht, zo lastig
te bevechten. Daar sta je in eentachtig lang. Je kunt niet winnen en verliezen is geen optie. Daar sta je in een leven bang.

~

Vanuit die angst ontstaat, de kracht van aarzeling en twijfel. Oplossend
keer ik om en door mijn ogen zie ik jou, zoals je keek. Curtain call voorbij. Hier zit ik en ik kijk, ik kijk nu net als jij. Een oplossing voorbij. Wie rijdt mij in de zee, voordat mijn gang, niet langer door mij zelf heen kan.

13
feb

Resentment, I kid you

OK. Game on. Van boven knie bekijkt zij, kreukels in hun zijde.
Vliegen meppen missers.
‘Wat bloeit ie mooi, die heide.’
Leugens om te lachen.
Mensen, zijn.

Mensmens, mens zijn.
As life goes on without
you might as well move on and on
on towards free.
Chirp giggles like a bird to be.
Once butterfly,
now more dead tree.
Epiphany, ik zie je nie,
try Starbucks, wait for me.
Mens,

zijn is een flinke klus. Gaf zij jou net een kusje, jij liet.

Some people cannot help themselves
wait wait this is completely wrong
most people cannot help themselves.
In front of their tv, which show is on
tonight is mine, feeble seconds full of

fear. Fear for

what happened to the empathy.
Waar bleef het woord dat liefde.
Breed zaait de mond,

mens

alstjeblieft, meer niet, niet meer.
En door de bomen gaat het bos,
lachend huilend laat zij los.
Geen strijk geen ijzer.
Game is gone.

2
feb

Toch

20140202-090821.jpg

is ‘t hier eenrichtingsverkeer. Overvallen
kijk ik nog een pietsie dommer, toch
ik weet ik woon hier al zo lang, zou beter moeten weten dan
niets weten, niet weten buurt en richting, laat staan van waar komt wiens verkeer. De ene of de andere, mens, wij draaien om
een keer. Weer doe ik als alsof, alsof ik alles weet
best stoer wijs ik de weg, een greppel in, gaan met die geit

of toch

stoepranden tellen. Hielp vroeger en helpt nu, zodra de weg verdwenen lijkt groeit in een boom een bloei. Zoals je nimmer eerder zag, vandaag. Voorzeker
iemands laatste dag.

23
jan

eerder later

image
niet ouder moest ik worden, niet jonger kon ik zien dat eten proeven, ruiken bovendien, belangrijk is, alhier. ik kon het mij niet eerder geven. mijn vader
op zijn weg naar dood
genoot van eten, zichtbaar, stralende ogen bij de smaak van verse zoete vruchten. ik dacht met lichte weerzin in mijn buik, onzinnig, alles komt er straks weer uit. nu heb ik pas het punt bereikt dat ik mijn lichaam eer en zie, dat lijf doet zo haar best, geef het te eten meiske en pas dan, wellicht, pas dan
dan volgt de rest.

5
jan

winterslaap

en als ik jou nu vraag
weet jij nog wat er
dan denk ik

vreemd, die korte twijfel

ik wist allang voor ik vergat
te weten valt
te weinig
wennen is geen

adem, los

ik ben zo eenzaam uitgerust

20140105-211215.jpg

30
dec

2014 – I Am – Almost There!

Dweil in ene hand schrobber in andere dans ik op Time door huis door tuin. Lap ramen voor het eerst in drie jaar flikker van trap omdat hoek rechts bovenin schoon moet, nu. Piet, robotstofzuiger, doet werk in woonkamer en piept om hulp als hij zich vastdraait. Ik help hem uit nesten, doordansend. Schoon zal het worden, dansen zal. Tijd is er. Of niet. Ik ben. Geluk.

Geliefden vrienden kennissen, from the top of my mind to the warmth of my heart wens ik jullie een gezond goed dansend 2014. Go for it. Met liefde.

23
dec

Echt

Weet je al wanneer je weg gaat? Niet echt. Niet echt? Wat is dat nou voor een antwoord. Weet je het echt niet? Niet echt. Dat kan helemaal niet, kom op zeg, geef eens echt antwoord. Hoe kan ik geen echt antwoord geven, ik gaf je mijn antwoord, echt. Hier word ik nou zoo moe van, elke keer weer dat onbegrip, die muur. Muur, wat is er met die muur, gaat hij stuk? Nee man, ik ga stuk, ik loop stuk op jouw muur. Maar ik heb helemaal geen muur. Wat zou ik met een muur moeten, lieverd, nu moet ik er vandoor, echt. Zie je wel! Je wist het wel. Al die tijd. En maar doen alsof. Slijmbal. Echt.

13
dec

man man, wat een krenten

20131213-095648.jpg

die penis vond ik toch wel wat, na al die jaren niet verwacht, dat ik hier. maar
man man, de man die eraan vastzat dat was zoo 3 x niks. wat een vergissing
vent, bang, ego, krent. aambeien zoals ik nimmer zag noch hoop te hoeven.
maar, die penis, die was lang en prettig dik. ik stik.
hoe raak ik nu die man snel kwijt
hoe hou ik toch die penis. nijd?

9
dec

vandaag leefde ik langer,

zee bracht vloed, geboorte, kind.
Kind, dat jij nu zelf een moeder bent, vergis ik me, mag dit terug
valt dit te ruilen voor een zak. Vol sinaasappels, sap, beweegt de buggy iets te snel en flikkert om, ja zie je wel, een goede moeder doet dit niet. Ach. Kind
geef mij iets trug, geef mij, een draad van jouw verdriet.

zee gaf eb, ik stormde ik verloor. Deur bleef dicht, dikke bult
midden in dit lijf, groeit, wellicht, er ooit eens uit. Ik denk
een druif, vast heel gezond. Oh wacht, te laat, de baby stikt, ondersteboven
met dat kind en hollen hollen rennen snel, het ziekenhuis is niet zien, ik stik vervangend hap naar lucht verzuip in alles wat niet kan. Oh leven, ik misluk.

zee draagt op ruimte
lucht, verdwijnen op een golf van zijn. Leven
jullie alstjeblieft, verder dan mijn eindigheid. Doorheen het einde. Einde tijd, zee brengt rust. Terug.
Vandaag leef ik wat langer, er valt zoveel te zien,

20131211-070847.jpg

15
nov

‘Erbarme Dich’

de pink aan linkerhand, beweegt
van hand naar mond, de melk smaakt goed.
De pink van linkerhand, is
rechterhand, dit dringt niet door.
Knetteren gaat verder, in het hoofd

Erbarme Dich, dringt
door de keuken. Stap voor stap,
in het donker zie je nog eens wat.
Slot op deur, de lichten uit
vergeet je soms wie buiten staat.

De maan is mooi, altijd
steeds weer en zonder moeite
keer op keer Erbarme Dich.

20131115-015228.jpg

7
nov

Ik schrijf niet

20131107-075633.jpg

Ik schrijf niet

voor de kat zijn kut.
Het eerste wat ze zegt
vandaag. Een lelijk woord
maar vagina, voelt verder niet veel beter.

Heeft kat eigenlijk een kut,
vast, wel, of beter, niet
meer spreken.
Ik ben wat manisch,
zegt ze. De woorden
springen in mij rond. Heeft kat
een hond, vraagt ze.

Wat is ze lief
vandaag.

4
nov

CoudeFou

Ik heb geen tijd ik ben geen tijd, nog even
alles alles snel, sneller raak ik kwijt.

Begin en einde kloppen
dat briefje kreeg ik mee, maar
wat te doen met middenstuk
daar leef ik best lang mee.

Nog even wil ik liefde, lief, zo een zo’n hele grote.
Mijn lijf wil beven nog ‘n keer
mijn hoofd roept
ja ! Nu is het is.

20131112-100925.jpg

31
okt

disruptiveness

Mijn vrijheid trug, het is een feest, tomatensap erbij natuurlijk ook
de mij bekende peuk. Een tak aan boom, al eeuwen hier
hij hangt wat neer, waarom, mag ik dan geen plezier. Jij bent en blijft
hier lang, veel langer
dan ik denken kan. Waarom
de jaloezie, wil jij mij. Laat mij
mijn dans, nek kraakt flink sterk kraak ik aan, spelletjes nee
daar leef ik niet meer mee. Verstorende effecten, disruptiveness my ass,
vragen de wolken, boven drijvend, soms ook steeds weer om nieuwe les?

20131031-122442.jpg

image credit: Marja Wouters

31
okt

donderdag

20131031-082742.jpg

donderdag, het is, mooi, wind
waait weg het menselijk gedoe
de onrust en de angst
zwaait mee, weg mee mee reik ik me – zucht prettig – ver – der
– uit.

29
okt

etiketten

alweder eentje, ja hij fietst.
de wind werkt vol, die doet aan vegen.
hij noemt zich kunstenaar, artiest.
ik kan daar niet goed tegen.

20131030-161948.jpg

27
okt

herinrichting

een buik, een kind, seizoenen
een late roos zien bloeien
de ochtend wakkert zich wat aan
de hond struint rond, wij zijn gezond
veel koffie met een peuk erbij
schuif jij vandaag de angst opzij

tafels zijn verzet
keuken is aan kant
vloer staat in het sop
hangend wassende gordijnen
afrondend
tijd van moeten zit erop

een man had liefde nodig
een vrouw begeerte-
vol te zijn
laat mij eens raden, in welk seizoen koos hij voor mij

verdwenen is mijn geven
wat komt is mij te zijn
afrondend in mijn spelen
stuwen in het lijf, glijbaan
zoeven lange rondes
heuvels op in dalen af, op, vloeiend vloekend af

een man heeft liefde nodig
een vrouw begeerte-
vol te zijn
laat mij eens raden, in welk seizoen kies jij voor mij

22
okt

de baby is geboren

20131022-042002.jpg

woorden werden valkuilen,
waar vroeger netten hingen.

dat extra stukje op je sprong
die extra stap gerend, nadat
je dacht niets meer te zijn.

als danser spring je net iets hoger,
hoger dan je kunt.
in dat kleine extra stukje
daar ligt het moment
de eeuwigheid, die is geland.

in de momenten dat je vloog
hoog zo hoog dat
landing er niet meer toe deed,
je flikkert om en weet
morgen is het maandag en de was die moet vandaag.

het zoeken naar dat ene woord, het enig juiste,
wat bij muziek er tussen klinkt,
na de toon, achter de klanken
wellicht een zucht, een flinter lucht
zo vol van leven.

rustig aan, je mag nu even
helemaal voluit
geen grenzen geen besluit
geen ander mens die mening geeft
je bent er. dat is al, dag dag geluid.

wij hadden het niet door,
misschien de barende vriendin
misschien zij wel,
wij keken niet, wij zagen
enkel resultaat, de baby is geboren.

20131022-042218.jpg

14
okt

doek

een leeg toneel en ik kom op,
van links uit de coulissen.
het zaallicht dimt, de spots gaan aan.
het enige wat ik bedenk,
wat sta ik hier, ik heb geen rol
geen tekst geen stuk geen functie.
wat doe ik hier, hoe red ik me,
eraf gaat niet zomaar,
valt op en is te raar.

dus door en zonder tekst
begin ik wat te dansen.
hardop gelach uit volle zaal,
daar gaan mijn nieuwe kansen.
een rol, een tekst, een functie,
opnieuw moet ik gaan schrijven.

maar hoe mag ik iets leven
wat ik nog niet bedenken kan.

20131014-214122.jpg

10
okt

Take the winter of my fall

Take the winter of my fall.
Spring in autumn, hear the call
of the running burning flesh.
Still a human, more or less.

Motors roaring, streets desire
jumping over fences.
Might I offer you at all,
something fresh or better, cash.

Once a human, more or less,
seeking ways through glitches.
Comfort finds you way too slow,
raging within flames, I guess.

Let the chanting stepping stone
best behind your new found tree.
Cause in winter, there my dear,
there we’ll end it all.

20131010-123958.jpg

8
okt
20130921-125945.jpg

De postbode belt aan, twee keer

Vandaag komt postbode, voor tweede keer,
met het zelfde pakje. Pakje
waarvoor ik gisteren cash
Euro 20,56 moest betalen. Cash
heb ik niet, pin automaat is er,
650 meter verder. Nadat ik gisteren,
15 uur, met postbode afsprak dat hij vandaag
voor tweede keer, zou komen,
schoof angst zich aan.

Aan in lijf, adem in keel, weg van buik, waar zij hoort,
verder stijgt, hoofd weet zich geen raad, zoveel extra.
Lucht. Hoe krijg ik me zelf terug,
650 meter buiten wereld over brug.

Wacht, sigaretten bijna op. Dat helpt,
zonder is onmogelijk te leven. Rustig,
zitten en de hele reis, pas voor pas door nemen.

Voordeur uit, links af, weer links en dan alsmaar, als, maar,
recht, door tot aan de automaat. Sigaretten,
50 meter verder, winkelcentrum, vol met mensen. En daarna,
het traject terug. Probleem wordt groter. Rustig,
ademen en tellen. Ik neem koffie, rook, her denk.

Wat als ik niet opendoe. Bode blijft,
natuurlijk, aardig als hij is, zeker
5 minuten bellen. Ik kan doof doen,
verstop me, dan. Kan.

Uiteindelijk laat hij briefje achter.
Dan, binnen nu en 3 x 7 dagen, pakje halen op het p-kantoor,
1,5 kilometer buiten wereld in.

Kan, in auto, eigen tijd bepalen, in plaats van
gedwongen door zelfgemaakte afspraak met postbode,
het probleem voor 15 uur vandaag op te lossen. Hersens
knetteren, stroomstoten voornamelijk aan linkerkant
hoofd. Wat zit daar, links.
Creatief of juist niet. Geen idee. Terug naar oplossing.

Terug naar zonder angst.
Terug naar geen idee.

20130921-131335.jpg

8
okt

een meisje

ze lopen samen het water in,
een inham naar de zee.

twee jongens en een meisje,
op pad in bad of toch net niet.

ze zijn ver weg, te ver van mij
om goed te zien van wie ze zijn.

waarom het meisje stil blijft staan,
haar hoofd voor even strekkend
ver achter in haar nek, ze kijkt
strak hoog de hemel in.

dan loopt ook zij weer verder door
en alle drie zijn weg.

veel later zie ik er weer twee,
de jongens komen terug uit zee.

20130828-055654.jpg

19
sep

Mijn denken gaat te snel

Verbaasd zie ik een foto,
van een geliefde man,
van toen, nu, niets meer van
gevoel, geen glimp van wat er was,
stelde ik me toen iets voor, fantaseerde ik gevoel,
vervulde ik behoeftes terwijl het niet om hem ging,
ging alles om mijzelf, om mij, die nodig heeft,
als enige, wat troost, heel simpel, troost.

Een lichaam om te leunen, een ander dan het mijne,
een hoofd wat hoort maar geen adviezen geeft,
een buik om uit te rusten.

Verteren doe ik traag.
Nu, maanden na jouw dood, voel ik pas,
sterk verdriet gaat landen.
Nu, nu pas voel ik scherp, mijn moeder, zij is dood.

Ineens wil ik je bellen, vertellen dat ik eenzaam ben,
lachen samen, omdat jij hetzelfde voelt,
verhalen fantaseren, over Vondelpark en mannen,
ik zou er eentje voor jou vinden en jij spot er een voor mij,
samen met rollator samen aan de zwier.

De zomer ging voorbij, jij lag al ondergronds en ik,
ik liet die mannen staan, ik voel te weinig,
verteren doe ik traag, mijn denken hindert mij.

De liefde voor mijn kinderen, die staat.
Kan ik die niet betwisten, vast, toch, wel,
nee, die, die niet, die vloeit door al mijn lijnen
zoals alleen familie, aan je beklijven kan.

Verder ben ik egoïst en zoek ik in een man
dat wat ik aan mezelf te weinig geven kan.

‘Zeg, meis, jij bent heel lief heel mooi en nu ga jij weer door.’
Zou zij dit zeggen, ja, toch. Ja, ach ja, ik denk ‘t wel.

20130919-165243.jpg

10
sep

noordenwind/

eenzaamheid verneukt/ het wordt niet stil/ diepe zoem/ oor links/

hindert haar geweten/ kou/ doordenken blijft/

harde klei in brokken bed/ gevoel allang hier opgestaan/ fikse wind blaast

ergens iemand verder/ verder naar een ander toe/

vertel mij eens/ wat is gevoel/ is dat iets niet te missen of stelt het zich een beetje aan/

vage luchtbel binnenin/ lust tot ooit en dan beklijft in repen strijd/

gevallen van een lage stoep/ vanavond mag ze van zichzelf een hele beker volle snoep\

20130911-093725.jpg

photo credit: James Turrell

6
sep

Een heitje voor een karweitje

‘Wil je neuken’ 6 jaar jong, lijkt hij, het kind,
zijn vraag blokkeert mijn loop.
Amsterdam-Noord hoek Wadden-
weg, ik schrik me rot, deins zichtbaar.

Zei die kleine dit nou echt

of hoorde ik in lucht de woorden
die ik zelf niet durfde denken.
Mijn vriendin haar ouders, meer dan zestig jaar
getrouwd. Nooit te nimmer ooit echt nooit, zagen zij malkander bloot.

Jaren ’60, kom maar op

met je Beatles door je grachten
met je hele lange nachten, waarin ruw, wakker
opgeschud in eigen lijf.
Liegend, weg van huis, naar verder

weg, ik neem de pont, bootje varen op het IJ

staat er plots een man te dansen
met zijn mes nodigt hij uit
nee, ik wil niet
opgespiest, om standers keken mee

niemand deed iets, het was eng

Lange wimpers heb jij,
zei ‘n keer een mooieman.
Anders ochtend durf ik me niet tonen
want mijn valse gingen stuk

Volbenepen dagen, nachten dromen
van de liefde voor mijn leven
die er was, ja heus. Voor even.
Later hing hij zich zelf op.

Aan mijn deur vandaag een kind
6 jaar jong, lijkt mij, een van de buren.
‘Heeft u een karweitje’ Ja
ze zegt dit, vraagt dit echt.

Dwaas verbaasd,
trug in vele volle jaren
zie ik heitjes door oude buurten dwalen,
terug tot op de Waddenweg.

Dat kleine rotjong zei het, echt.

20130906-131503.jpg

22
aug

wist ik niet

dat is niet vreemd
er is zoveel wat ik niet weet
zoals de situatie in het Midden Oosten

ik lees er over en ik denk
hiervan weet ik altijd te weinig
een mening zoals veel te veel

mede mensen dagelijks vertonen
nee, die aan-maat past mij niet
op mij geen onbenul als streven

laat staan gelijk, al dat gelijk en hebben
krijgen maken houden, vast, als alles ze niet lukt
de wereld heel versimpeld zien

wel makkelijk, misschien.

enfin, voor mij een treinstation
vergleden tijdens jaren
dat ik nog dacht iets echt te weten
dat ik mijn ooglap, ongezien, liet kijken

maar dat ik dit, juist dit
niet wist

daarvan word ik heel stil
en blij en klein in kreukels zacht

begeerte in verlangen
jouw lijf
alweer, nog meer, veel meer

in dierlijkheid in kracht
geen onzin geen gedoe
geen recht aan toe en snel er af

wat jij mij brengt
dat wist ik niet
dit wil ik heel graag blijven weten

2
aug

Te snel vergeet ik

Bespaar mij mijn schijnheiligheid
die bladzijden zijn af-
gevallen op een zomeravond,
wat tranen op mijn wang.

Verdomd, ik voel!
Ik heb verdriet. Het mooiste
is, ik weet niet goed waarom.
Het was er, plots, en bleef best lang.

De wilde bramen, achter in de tuin,
die zijn verdomd hardnekkig.
Ze prikken en ze groeien lang,
de vruchten zijn niet lekker.

Net toen ik dacht, ik voel niet veel
meer door het afgelopen heen,
toen schoot zo’n hele scherpe doorn
van hoofd naar voet, recht middenvoor.

Mijn voet onder de douche,
van lauw naar koud en supersnel
bevriezen mijn verdrietigheden.
Te snel vergeet ik weer dat wat ik net een beetje wist.

20130802-175050.jpg

11
jul

Reizend

Zachtjes tastend langs mijn lijnen
zie ik, zowaar, mijn leven is al op.

Omkijken kan, vooruit
is niets te zien. Een oude vrouw
alleen in huis. Terug
naar haar waar ik begon.

Wij converseren,
continue.
Wij wonen samen,
in een lijf.
Mijn hart, mijn brein,
en ik.
Zij zijn aan mij gegeven.

Mijn moeder, die is dood.
Geen mens meer die verhaalt
hoe ik als baby straalde.
De zon, ook binnenshuis.

Vol energie, vol een twee drie
en huppekee, daar ging ze weer
in vol tenue tegen haar angsten.
Ze won, verloor, ze won opnieuw.
Ze keerde tijden als een golf,
ze gaf nooit op, ze leerde niet.
Ze leefde veel. Ze was geluk.

Laat mij nog een keer leven,
laat mij weer lief zijn, minnen, dansen.

Stralend snel en zingend,
reizend langs mijn ravijn.

20130711-134135.jpg

1
jul

koffer kitten

Wachtend op vliegveld Kuala Lumpur lig ik op een bank, loop langs winkels, vergiftig mezelf in het rookhok en kijk, kijk naar al die mensen met al hun koffers.

Waar gaan ze heen, wat slepen ze mee, het interesseert me niet.

Murw van moeheid stort ik in een stoel en zie een brede vrouw met een kleine koffer naast zich.
Uit de koffer kijken ogen naar me en wat voor ogen, ogen die net zo wanhopig en uitgeblust kijken als de mijne. We staren elkaar aan en voeren een stil gesprek.

Mijn weerzin tegen poezen is weg.

20130701-173823.jpg

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 265 andere volgers

%d bloggers like this: